Ze lagen in bed alsof ze de enige twee mensen op aarde waren. Ergens klopte dat ook wel. Ze waren gelukkig, maar in het begin ben je altijd gelukkig. Die roze wolk zou ooit een keer verdwijnen en plaats maken voor de werkelijkheid.
Die werkelijkheid, dat was wat haar nog het meest bang maakte. Op een dag zou hij tot de realisatie komen dat ze alleen maar leuk was voor even. Een tussendoortje. Vervolgens zou hij niets zeggen en hij zou doen alsof er niets aan de hand was. Maar stiekem zou hij op zoek gaan naar de volgende, die misschien een beetje meer langetermijn zou zijn.
Hij zou veranderen in alle anderen voor hem, die haar stuk voor stuk gebroken achter hadden gelaten en verder waren gegaan met meisjes die wel een toekomstplan hadden, die wel rationeel waren, die niet handelden op impuls, die hun leven wel onder controle hadden. Zij was oncontroleerbaar.
“Waar denk je aan?”
Zijn stem kwam uit het niets en ze realiseerde zich dat ze weer verzonken was geraakt in gedachten. Hij mocht niet weten wat ze dacht, de werkelijkheid kon nog wel even worden uitgesteld.
“Helemaal nergens aan.”
Antwoordde ze met een glimlach en ze gaf hem een kus.