De tweede week.

Morgen begint de tweede week van mijn derde jaar, op zich is mijn rooster best wel fijn, maar helaas betekent twee dagen vrij in de week wel dat ik op maandag en dinsdag tot half 6 op de universiteit ben. Morgen moet ik eens gaan vragen of ik de colleges van een vak dat ik vorig jaar niet haalde verplicht volgen, omdat ik het tentamen van dat vak wel heb gehaald, alleen het essay dat we moesten schrijven niet. Het zou fijn zijn om niet naar dat college te hoeven komen omdat ik op die dag nóg een college heb op dezelfde tijd (15:45-17:30). Het vak dat ik ook op dat tijdstip heb klinkt dan ook een stuk boeiender. We zullen zien.

Het zit er weer op.

De eerste collegeweek is officieel voorbij. Natuurlijk was het deze week allemaal nog rustig, maar ‘rustig’ is een relatief begrip op de universiteit. Ik kwam erachter dat ik eigenlijk helemaal niet zo veel colleges heb en dus ook woensdag en donderdag vrij heb. Wat best wel fijn is. Mijn nieuwe colleges zijn wel erg leuk. Ik doe dus een vrije minor Sociologie, en daar heb ik tot nu toe twee vakken van gehad, Introductie in de Communicatiewetenschappen en Hoofdvragen van de Sociologie. Ik leerde deze week dat ik statistisch gezien tot de slimste/meest hoogopgeleide 10% van Nederland behoor, en dat dit effecten heeft op mijn datingleven, want hoogopgeleide mensen daten over het algemeen met andere hoogopgeleiden en hetzelfde geldt voor laagopgeleiden. Die blijven ook een beetje bij elkaar hangen. Dit heeft vervolgens weer effecten op het verschil tussen arm en rijk in Nederland (en de wereld) omdat hoogopgeleide stellen over het algemeen toch wel weer meer geld te besteden hebben dan degene die dat niet zijn. Al met al vind ik mijn nieuwe colleges erg boeiend.

Een korte update over het wespenprobleem: ze zitten er nog. Ik belde mijn huisbaas, en die zei dat hij de DAR zou bellen om de wespen te verwijderen. Vervolgens ging hij eerst kijken in mijn huis en concludeerde hij dat het ‘niet zo erg leek en dat hij dacht dat de wespen vanzelf wel weer weg waren gegaan’. Toen heb ik hem even duidelijk gemaakt dat het dus niet zo werkt, en als het goed is komt er nu maandag een man die wespen doodmaakt. Dat is wel fijn toch? Alleen in de tussentijd is het niet echt relaxt slapen op mijn kamer zoals je kan begrijpen. Ik heb het niet zo op wespen. Ze zijn nogal akelig. Vanwege het wespendebacle heb ik dus de afgelopen nachten niet in mijn kamer geslapen. Van woensdag op donderdag sliep ik in Breda, van donderdag op vrijdag sliep ik bij Janna (previously known als Jadien) en daarna was ik weer in Oss bij mijn ouders omdat ik moest werken. Deze zondag slaap ik wel op mijn kamer en hoop ik dat ik de nacht overleef met een stel boze sluipmoordenaars die in mijn kamer rondvliegen.

En wat ik natuurlijk vergeten ben om hier neer te zetten: ik heb mijn propedeuse eindelijk gehaald. Het werd dan ook eens tijd.

Het schooljaar is weer begonnen.

Vandaag begonnen de colleges weer. Mijn eerste zit er nu in ieder geval al op. Het vreemde aan de eerste collegedag is dat het na een half uur les lijkt alsof die lange grote zomervakantie nooit bestaan heeft. Het voelt alsof je alweer een eeuwigheid bezig bent met studeren en leren en ‘hard’ werken terwijl je eigenlijk nog maar net bent begonnen. De zomervakantie lijkt een gedachte ver, ver, ver hier vandaan. Dat is wat ik nu dus heb. Rationeel gezien weet ik dat ik net heel lang vrij heb gehad, maar het voelt niet zo. Het voelt heel erg saai en ik wil NU vakantie.

On a sidenote: er zitten twee bouwvakkers op mijn dak en ze zijn bezig een kozijn over het dak naar mijn dakterras te takelen. Ik zou misschien koffie voor ze moeten maken omdat ze zo moeilijk aan het doen zijn. Want het kozijn paste niet door het trapgat. Wat natuurlijk ook helemaal niet praktisch is.

Verder, kreeg ik net te horen dat ik eindelijk mijn P heb gehaald, en na 2 jaar mag dat natuurlijk ook wel. Ik hoef me nu dus niet druk te maken over het feit dat ik misschien van de opleiding werd gegooid, want ik heb m’n P. Whoo. Vreugde, spanning, sensatie, meer van die dingen. Ja.